Beste Aleid Truijens

Uw IJs&Weder column ‘Een welkome brug tussen basisschool en universiteit’ van 4 maart 2017 is interessant genoeg. Wat me echter enorm stoort is de neerbuigende houding waarmee u tussen neus en lippen ouders van dyslectische kinderen en de belangenverenigingen beschrijft.

Wie gaat Passend Onderwijs goed vormgeven?

Allereerst ben ik het volledig met u eens, dat er voor alle leerlingen veel winst te behalen is met een betere scholing van leerkrachten die Passend Onderwijs moeten verzorgen, maar de vraag is: wat voor docenten willen we voor de klas? We weten toch allemaal wel, dat studiebollen niet per defintie ook goede leerkrachten zijn.

Factchecking berichtgeving onderzoek Anna Bosman

Zoals u aangeeft is dyslexie inderdaad een goed voorbeeld van hoe fout het kan gaan tussen wetenschap en praktijk. Helaas gaat er op dit moment nog veel méér fout op het gebied van dyslexie, zoals in dit geval de berichtgeving rond het onderzoek van Anna Bosman. En u doet daar hard aan mee. Een paar feiten op een rijtje.

Mw. Bosman onderzocht het effect van een taalmethode Staal op dyslectische kinderen. Uit toetsing bleek dat deze kinderen gemiddeld grote vooruitgang boekten. Echter:

  • De geciteerde hoogleraren Maassen en Vernooy zijn niet bij dit onderzoek betrokken geweest. Getuige hun publicaties zijn zij het maar ten dele eens met de opvattingen van Mw. Bosman waar het gaat over het fenomeen dyslexie en hoe hiermee om te gaan in het onderwijs.
  • Wel komen zij alle drie uit de onderwijskundige hoek, met als overtuiging dat kinderen ‘maakbaar’ zijn door goed onderwijs, waarbij ze voorbijgaan aan de biologie van het kind qua neurologische rijpheid en leerstijl. Daarbij gaan ze uit van het deficit-model; dyslexie als een stoornis. Sterke kanten worden niet gezien en niet aangesproken.

Internationaal gezien is deze visie inmiddels achterhaald door neurologisch onderzoek en gaat men naar een meer uitgebalanceerd concept van dyslexie.

  • Dat je kinderen met dyslexie kunt trainen op spellingregels is bekend; de vraag is echter in hoeverre deze stof beklijft en er transfer plaatsvindt bij het schrijven van teksten. Dat was geen onderdeel van het onderzoek, maar vanuit de wetenschap en mijn werkervaring kan ik stellen dat de effectiviteit op de lange termijn niet heel groot is. Fundamenteel probleem van dyslexie is immers een probleem met de automatisering van talige gegevens en procedures.
  • Met andere woorden: op grond van haar onderzoek kan mevrouw Bosman alleen uitspraken doen over de effecten van de inzet van de onderzochte taalmethode op korte termijn bij een beperkte groep kinderen.
  • Met uitspraken over het al dan niet bestaan van dyslexie en over DE taalmethode voor dyslectische kinderen gaat zij haar boekje ver te buiten en berokkent ze nu juist deze groep enorm veel schade.

De gevolgen van onzorgvuldige berichtgeving

Op grond van dit ene onderzoek – een momentopname in het leerproces – trekt mevrouw Bosman daarnaast een wel heel vergaande conclusie die indruist tegen veel ervaringen van volwassenen en kinderen met dyslexie: stampen helpt. Het is een oude boodschap in nieuwe termen: je bent misschien niet dom of lui, maar je hebt het wel verkeerd aangepakt.

Toch al twijfelende – want zelf talige – leerkrachten weten het nu heel zeker: zie je wel dat dyslexie niet bestaat! Wie nu nog vraagt om voorzieningen wordt met een scheef oog aangekeken: klopt je dyslexieverklaring wel? Heb je wel dyslexie? Maak je het jezelf niet te gemakkelijk?

Hoe schadelijk deze wantrouwende houding is, blijkt uit de reacties die ik kreeg op het artikel in het AD van 9 februari, dat ik u hierbij stuur. Leest u ze alstublieft!

Laten we niet vergeten waar het om gaat: onderwijsvormen ontwikkelen waarin alle leerlingen tot hun recht komen. Daar zijn we het allemaal over eens.

Het versterken van de zwakke kanten is daar een onderdeel van, maar met hun sterke kanten komen mensen door de wereld. Het zou beter zijn als het onderwijs leerlingen zou helpen die te ontwikkelen, in plaats van hen alleen ‘meer van hetzelfde’ te laten oefenen.

En iedere leerling is het waard om serieus genomen te worden, ook als er een probleem is dat de docent alleen van de buitenkant kent.

Ik nodig u hierbij van harte uit om een uurtje verder te praten over het onderwerp dyslexie en onderwijs.

Hartelijke groet, Nel Hofmeester