De 10 basisprincipes van het lerende brein

Handiger studeren als je weet hoe je brein werkt!

Iedereen kent wel de momenten, dat je echt wilde gaan studeren, maar dat het niet lukte. Of dat je een avond lang aan het lezen was, maar niets opnam. Of dat je veel moeizame uren had besteed aan een verslag en de dag erna in één oogopslag zag wat er mis aan was. Of dat je een toets goed had geleerd, maar bij de eerste vraag zo in paniek raakte, dat je totaal niet meer begreep waar de toets over ging. (Ja, later in de kantine, maar toen was het te laat.)

Aan de andere kant kent iedereen ook wel de momenten dat het werken aan een onderwerp zo lekker ging, dat de tijd voorbij vloog en je het jammer vond, dat je er niet dieper op in kon gaan.

 

Informatie over de werking van de hersenen en onder welke voorwaarden je het beste kunt leren zou vanaf groep 6 of 7 van de basisschool standaard in het lesprogramma moeten zitten. In het onderwijs wordt immers van je verwacht, dat je ‘hersenwerk’ doet: informatie opnemen, verwerken en toepassen.

Het brein dat dit allemaal moet doen wordt zo’n beetje beschouwd als een stofzuiger die je naar wens aan en uit kunt zetten. We weten natuurlijk allemaal dat het niet zo werkt, maar…… niemand leert je hoe het wel werkt!

 

Tegen iemand (of tegen jezelf) zeggen: ‘Gewoon een beetje beter je best doen’ – daarmee zet je je hersenen niet aan het werk, integendeel, daarmee kweek je stress en frustratie. Dat werkt niet. Maar hoe werkt het dan wel?

De 10 basisprincipes van het lerende brein

1.           Het brein is plastisch.

Dat wil zeggen dat hersenen veranderen, groeien en zich ontwikkelen op basis van binnenkomende informatie. Dit gaat je hele leven door!

 

2.     Hersenen hinken niet op 2 gedachten.

Hersenen moeten een duidelijke opdracht hebben om aan het werk te gaan. Zolang je achter je boeken zit met in je achterhoofd dat je eigenlijk iets anders zou willen/moeten doen, heb je geen besluit genomen en heb je je hersenen geen eenduidige opdracht gegeven. Op die manier gaat de hersenschors niet aan het werk.

Iets dergelijks gebeurt er als je denkt: ‘Ik ga het proberen’. Ook dat is geen duidelijke opdracht om aan het werk te gaan. (‘A try is a lie’.)

 

Een half uur studeren met volledige aandacht

levert meer op dan 3 uur boven je boek hangen,

terwijl je je hersenen geen duidelijke opdracht hebt gegeven.

 

Wacht niet op de ‘flow’: die combinatie van concentratie en plezier die het mogelijk maakt lange tijd achtereen te studeren. Om goed te worden in het vak waarvoor je studeert heb je vooral tijd, inzet en toewijding nodig – 1% inspiratie en 99% transpiratie. (Pol 2008). (En als je al doende in een flow terechtkomt, is dat mooi meegenomen!)

 

 image006

3.     Begrijpen gaat vooraf aan onthouden.

Heb je al je aandacht weten te richten op de leerstof en heb je daarmee de hersenschors aan het werk gezet – dan is begrip een eerste vereiste. Begrijp je de stof niet voor 100%, dan houdt de hersenschors op met werken en geeft de informatie niet door aan de ‘hippocampus’, de geheugencentrale van het brein.

Hoe beter je weet hoe het in elkaar zit, hoe meer je weet waar het mee te maken heeft en waarop het van toepassing is, hoe beter je hersenen deze kennis kunnen opslaan.

 

4.     Onthouden gebeurt door de vorming van hersencircuits.

Het opslaan van informatie gebeurt via de hippocampus. Het is de plek waar informatie uit het korte termijngeheugen wordt omgezet en opgeslagen in het lange termijngeheugen. Het doel van de hippocampus is om het geleerde op zoveel mogelijk plekken in de hersenen onder te brengen, waardoor de kennis beter wordt verankerd. Naarmate je de leerstof beter begrijpt, kan de hippocampus deze kennis kwijt op meerdere plaatsen in de hersenen.

Deze plaatsen in de hersenen zijn met elkaar verbonden door zenuwverbindingen. Door deze zenuwverbindingen herhaaldelijk en krachtig te stimuleren (door herhaling en oefening) ontstaan hersencircuits die het ophalen van de informatie uit de hersenen steeds gemakkelijker maken.

 

5.     Slaap er een nachtje over.

Jij mag slapen, de hippocampus werkt ook ’s nachts door. Als je overdag een degelijk hersencircuit hebt aangelegd, slijpt de hippocampus dat er ’s nachts nog eens extra in!

 

6.     Je slaat informatie gemakkelijker op:

–     Als je studeert met plezier en motivatie. Als je je goed voelt en gemotiveerd bent, komen er neurotransmitters vrij die het proces van aanleg en consolidatie van hersencircuits bevorderen.

–     Als je de leerstof op meerdere manieren herhaalt: mondeling, via schema’s, mindmaps, het maken van modellen, door de stof aan anderen uit te leggen, enzovoort. Zoek naar werkvormen die passen binnen je meervoudige intelligentie profiel, dat werkt het meest efficiënt.

 

7.    Informatie opnemen wordt bemoeilijkt door:

–      Stresshormonen als gevolg van onzekerheid of faalangst. Ze hebben zowel een negatief effect op de opslag van informatie als op het ophalen van informatie uit de hersenschors. (Pol 2008).

–      Vermoeidheid op het moment van studeren.

De onderwerpen stress en vermoeidheid komen straks uitgebreider aan de orde.

 

8.    Opgeslagen kennis verdwijnt niet .

Kennis waarvoor je moeite hebt gedaan en die je hebt opgeslagen blijft aanwezig in de hersencircuits van je brein. Het gaat om de toegang die je hebt tot die kennis, het herinneringsvermogen. Vertrouw op wat je weet, ook als je merkt dat de toegang tot opgeslagen kennis – tijdelijk! – is geblokkeerd.

 

9.   De hersencircuits die in je hersenen zijn aangelegd, kunnen worden versterkt en verzwakt .

Door oefening en herhaling versterk je de circuits in de hersenen. Doe je niets meer met bepaalde studiestof, dan zakt de kennis weg en is lastiger op te roepen. In een bepaalde vorm blijft deze kennis wel in de hersenen aanwezig. Wanneer je er weer mee aan de slag gaat, merk je, dat het leereffect veel sneller optreedt.

 

10.  Hersenen zijn een onderdeel van je lichaam.

Zoals we al eerder stelden: het brein is geen stofzuiger die je aan en uit kunt zetten als je dat nodig vindt. Dat geldt ook voor je lijf. Wie zijn lichaam verwaarloost door slechte eetgewoonten, weinig beweging en/of veel alcohol- of cannabisgebruik, pleegt ook een aanslag op zijn hersenen. Goede zorg voor je lichaam – gezonde voeding, voldoende slaap, sport en ontspanning – is ook goede zorg voor je hersenen.